Er is geen democratie in Indonesië. Democratie, dat zelfbeschikkingsrecht van het volk betekent, hoort het basisprincipe en het fundament van iedere staat te zijn. Zo lang als het zelfbeschikkingsrecht zijn rechtmatige beslag niet heeft gekregen in het politieke, economische en culturele leven van volk en natie, zal de geschiedenis verzet blijven opwerpen. Tijdens het dertigjarige bewind van Suharto is de staat een instituut geworden dat de ontwikkeling van deelname van het volk aan het proces dat het sociale en politieke leven bepaalt ernstig beperkt en verhindert. De macht aan de top is sterk toegenomen, is onderdrukkend, oncontroleerbaar en overstijgt de autoriteit van de legislatuur en de magistratuur.
De geschiedenis van de Indonesische staat is eigenlijk de geschiedenis van de strijd van het volk, een strijd die beroemd is om haar volharding in het verzet tegen alle vormen van uitbuiting en onderdrukking, met als doel het bewerkstelligen van vrede en humanisme. Het aan de macht komen van het 'Orde Baru'-regime in 1965 heeft stappen terug betekend voor de Indonesische maatschappij, vergeleken met het Indonesische politieke leven in de periode 1950-1959. Fundamentele rechten op volksparticipatie zijn ernstig beperkt, verhinderd en afgesneden door de uitvoering van vijf politieke wetten en de dubbele functie van het militaire apparaat (ABRI). Onafhankelijkheid als doel, dat wil zeggen de vrijheid om de koers van de politiek van een land te kiezen, te controleren en te beïnvloeden, is verder en verder van het dagelijkse politieke leven af te komen liggen. De autoriteiten van het 'Orde Baru'-regime domineren de politieke arena systematisch met harde, wrede en ongrondwettelijke methodes. Zij stellen geen prijs op verschil van mening of kritiek en willen niets van de verlangens van het volk weten. De opkomst van het volksverzet - dat van burgers - wordt beantwoord met intimidatie, terreur, arrestaties, celstraffen, kogels en zelfs massaslachtingen. Kranten, tijdschriften, onderwijsmateriaal en boeken die kritisch zijn of van mening durven te verschillen met de autoriteiten worden in de ban gedaan of gedwongen te sluiten. Journalisten die niet meegaan in de eenzijdige berichtgeving vanuit het regeringsstandpunt worden opgesloten. De arbeidersklasse die economisch wordt onderdrukt, wordt geïntimideerd, geterroriseerd en zelfs vermoord. Boeren vinden het steeds moeilijker om hun land te behouden en hun rechten te verdedigen, aangezien zij geconfronteerd worden door het leger als zij zich verzetten tegen kapitalistische overname van hun land. Al deze autoritaire strategieën worden bedacht, uitgevoerd en volgehouden met slechts één doel voor ogen: het garanderen van de stabiliteit van kapitaalvermeerdering.
Economisch onrecht
Tot op de dag van vandaag zijn we getuige van de steeds groter wordende kloof tussen de enkele rijken en de arme meerderheid. Arbeiders worden door het Suharto-regime aangeprezen en goedkoop verkocht om investeringen aan te trekken en kapitaalvermeerdering voor de rijken mogelijk te maken. Van de Indonesische economische groei van meer dan 6% per jaar wordt slechts door een kleine minderheid geprofiteerd. Economische goederen die van vitaal belang zijn voor de levensstandaard van het volk worden geprivatiseerd met concessies die worden verhandeld tussen de gabbers van Suharto en hun families. Monopolies en oligopolies die het volk uitbuiten worden beschermd en gefaciliteerd door de heersende macht. Economische wantoestanden nemen toe wanneer de regering vol zit met corrupte mensen die samenwerken met bureaucraten die voornamelijk voor het eigen belang en de daarbij horende bedrijven actief zijn. Imperialistische organisaties als de Wereldbank en het IMF stimuleren deze toename door in de vorm van buitenlandse leningen miljoenen dollars toe te stoppen. Het resultaat is dat de buitenlandse schuld van Indonesië is opgelopen tot 100 miljard US dollar. Dit betekent dat we derde staan op de buitenlandse schulden-lijst, onder Brazilië en Mexico. De economische ontwikkeling van Indonesië die ten goede komt aan de enkele kapitaalbezitters, en de uitbuiting door buitenlandse investeerders heeft geresulteerd in een maatschappij die steeds wreder is geworden, en die steeds verder af komt te staan van het doel van het volk: welvaart en rechtvaardigheid.
Na dertig jaar, acht maanden en 22 dagen regering van het 'Orde Baru'-regime kan het Indonesische volk niet langer dit bestuur accepteren en tolereren, noch economisch, noch politiek, noch sociaal. Er zijn vele voorbeelden die dit bewijzen: arbeiders staken in vele takken van industrie, boeren verzetten zich actief tegen uitzetting, studenten demonstreren tegen het militarisme, intellectuelen verzetten zich tegen pogingen om de academische vrijheid te beknotten, inheemse volkeren in Kalimantan en West Papua vechten tegen Jakarta's uitbuiting. Op Oost Timor is het Maubere volk nooit opgehouden met het gevecht tegen de militaire invasies en de bezetting door de 'Orde Baru'. Vormen van volksverzet blijven toenemen - massale acties, waarbij allerlei groepen uit de bevolking samenwerken, het parlement bezetten, politie- en militaire hoofdkwartieren bestormen, het leger confronterend met enorme hoeveelheden folders. De essentie is: ontevredenheid onder het volk is overal te vinden. De mensen zijn niet langer tevreden met het leven onder het 'New Order'-regime. Het huidige sociaal-economische en politieke systeem dat door het regime wordt beschermd heeft bewezen dat het niet in staat is de problemen van het volk te definiëren, laat staan op te lossen. Het huidige systeem is bankroet. Het is nu tijd om de vijf politieke wetten te herroepen en tijd voor het leger, zich tegenwoordig verschuilend achter de dubbele functie van de ABRI-doctrine, om terug te keren naar de barakken.
Politieke hervormingen
Het pakket van vijf politieke wetten rechtvaardigt de regering de volksdeelname aan het politieke proces te belemmeren. De rol van politieke partijen als een kanaal voor het volk om betrokken te zijn bij het politieke proces, als de oorsprong van soevereiniteit, dient onmiddellijk waargemaakt te worden. Eerlijke en democratische verkiezingen, die de deelname of de politieke aspiraties van het volk, grondrechten in een moderne beschaafde samenleving, niet beperken, zijn nooit gerealiseerd. De structuur van de hogere en lagere Parlementskamers weerspiegelt de tactiek van het regime om de macht te behouden. Diegenen die bij de elite of het militaire apparaat horen hebben het speciale privilege benoemd te zijn door Suharto en hebben zich nimmer hoeven te onderwerpen aan verkiezingen. De wetten die over de massa-organisaties gaan verbieden enige politieke verbondenheid en het opzetten van zo'n organisatie wordt vaak gehinderd. Ten laatste, de referenda-wetten zitten zo in elkaar dat zij nooit gebruikt kunnen worden om belangrijke beslissingen te nemen, zoals bijvoorbeeld over de toepasselijkheid van de Grondwet uit 1945, gezien de wereldwijd veranderde sociaal-economische en politieke context. In plaats daarvan is de Grondwet tot iets heiligs verklaard. Een volk dat zelfstandig is is een volk dat de gelegenheid en de vaardigheid heeft om te leren de eigen soevereiniteit te begrijpen, en de eigen vaardigheid om deel te nemen aan politiek onderkent. Als we deze doelen ooit willen bereiken is er geen alternatief dan het schrappen van de vijf politieke wetten uit 1985. De militairen dringen steeds meer het civiele leven binnen. In een moderne samenleving zouden ongewapende burgers de totale zeggenschap moeten hebben over het militaire apparaat, deze veranderend in de "Stomme Reus" (vrij naar de Franse term La Grande Muette). Niet één politiek machtwoord zou uit de loop van een geweer mogen komen. Hiervoor is het nodig dat het volk de herroeping van de Duale Functie van de ABRI-doctrine eist. De onderwerping van het 'Orde Baru'-regime aan het mondiale kapitalistische systeem houdt in dat de regering van Suharto niet in staat is geweest het internationale toezicht over de onderdrukking die in dit land bestaat te ontlopen. De val van de autoritaire regimes in Latijns Amerika, Afrika en Azië heeft het regime en de democratische beweging getoond dat geen enkele autoritaire macht eeuwig duurt. Alles heeft een eind, net zo goed als een begin.
Buitenlands economisch beleid zou een anti-neokoloniaal karakter moeten hebben, in tegenstelling tot het beleid van de afspraken zoals die belichaamd zijn door NAFTA, APEC en AFTA. Internationalisme dient zich te houden aan de principes van vrede en humanisme. Hierom dient het einde van de Indonesische bezetting van Oost Timor een onderdeel van ons politiek programma te zijn, niet alleen om solidariteit uit te dragen, maar om samen met de Oost Timorezen te vechten voor hun onafhankelijkheid en zelfbeschikkingsrecht. De democratische strijd van het Indonesische volk zal niet oprecht en compleet zijn tenzij het zich aansluit bij de eis van de Maubere om onafhankelijk te zijn. De PRD is tegen nationaal chauvinisme en ziet internationale verbanden als de ruggegraat van de volksstrijd. De geïntegreerde aard van mondiale kapitalistische macht, met de steun van regeringen die geen respect hebben voor de democratie, maakt een internationaal verzet hiertegen noodzakelijk. Hierom zal de PRD actief alle internationale forums en acties steunen die een grassroots karakter hebben en tegen onderdrukking zijn.
De weg voorwaarts
Pogingen om zich te verzetten tegen de autoritaire aard van 'Orde Baru' kunnen niet los gezien worden van het programma van de PRD. Als een politieke partij vinden wij dat we het recht en de plicht hebben om het sociale en politieke leven te bepalen. De oppositie tegen volksparticipatie mag niet doorgaan. In de huidige omstandigheden hoeft de soevereiniteit van het volk in dit systeem geen juridisch of formeel beslag te krijgen van de autoriteiten, aangezien zij geen enkele waarde hechten aan de actieve deelname van het volk aan het controleren en bekritiseren van hen. De problemen in Indonesië die veroorzaakt worden door het kapitalisme dienen opgelost te worden. Dit moet gebeuren door een bredere betrokkenheid van het volk, door democratische deelname. De vele krachten die in staat zijn politieke verbetering te realiseren dienen onmiddellijk hun programma's en activiteiten te bundelen om een democratische volksregering tot stand te brengen, gebaseerd op grassroots. Een regering die democratisch is, en op het volk georiënteerd, zal een heldere visie op de toekomst van het Indonesische volk moeten hebben. Zij dient een heldere visie te hebben op de uitweg uit de economische, sociale en politieke problemen die nu al 30 jaar, acht maanden en twintig dagen voortduren. Om helderheid te bereiken in de richting van een democratische samenleving moeten we de krachten van het volk dat de energie heeft om dit doel te bereiken bundelen. Hierom moeten wij vragen van strategische en tactische aard formuleren gebaseerd op het potentieel van het volk zelf. Van al dit potentieel zien wij het verzet van de arbeiders als de meest opmerkelijke potentiële kracht dat zal worden geïntegreerd in de democratische strijd. De toenemende aantallen, het volhardende terugvechten en de strategische positie in het kapitalistische systeem van 'Orde Baru' zullen de arbeidersklasse tot een anker van de democratie, nu en in de toekomst, maken. De tweede kracht die wij zien is die van de studenten en de intellectuelen. Deze sociale laag is een pionier geworden in het politieke verzet tegen 'Orde Baru'. Hun ideologische, organisatorische en politieke capaciteiten zijn belangrijke bijdragen aan de democratische strijd. Het avonturisme van de studentenbeweging en het hierdoor veroorzaakte verlies van macht van de georganiseerde studenten kan alleen vermeden worden als het geïntegreerd wordt in de volksdemocratische strijd in zijn geheel. De derde zich immer ontwikkelende kracht is die van de armen in de steden. De toenemende aantallen, de gemarginaliseerde status en de onevenredige ontwikkeling van stad en (platte)land vormen de basis van de stedelijke massa's. Bij de acties die Megawati steunden konden we zien hoe militant en volhardend deze sector zijn rechten verdedigt. De laatste sector die van belang is is die van de boeren. Grof kapitalisme heeft hen verarmd en hen van het land, dat hun middel van bestaan is, beroofd. Het zal geen verbazing wekken dat deze sector, die zich in grote aantallen door heel Indonesië bevindt, een belangrijke steunende factor zal zijn in de democratische beweging.
Om de bestaande democratische krachten te verenigen en te mobiliseren is een gemeenschappelijk platform nodig, waarvanuit we in eenheid kunnen handelen. Om eenheid in actie te verkrijgen is het niet genoeg om vertegenwoordigd te worden door een gemeenschappelijk programma en plan van aanpak, het is ook nodig om de politieke situatie te ontcijferen om een bredere volksparticipatie af te dwingen. Om dat momentum te bereiken dienen wij te reageren en anticiperen op (de effecten van) de algemene verkiezingen van 1997. De verkiezingen zullen een tijd zijn wanneer het massale bewustzijn gericht is op politiek, een tijd met massamobilisaties van de deelnemers. De democratische beweging moet dit massabewustzijn in de gaten houden, zodat het in kan grijpen en bijdragen aan het verhogen van het op de hoogte zijn door het volk van de politieke motieven van 'Orde Baru'. Wij moeten onszelf niet isoleren van het bewustzijn van de massa's, laat staan erop neerkijken. Wij hebben een mogelijkheid om voordeel te halen uit de komende verkiezingen. Een werktuig om de oppositionele netwerken te organiseren en uit te breiden is de oprichting van KIPP (onafhankelijk waarnemingscomité van de verkiezingen). KIPP is niet alleen bedoeld om de verkiezingen in de gaten te houden, maar om het verhogen van het bewustzijn van het volk en haar dagelijkse problemen te steunen. KIPP is al heel populair geworden. Hierom verwachten wij dat KIPP kan assisteren in het doorbreken van de illusies van de massa en gebruikt kan worden om campagne te voeren, te onderwijzen en de mensen te mobiliseren om duidelijk te stellen dat het onderwerp verkiezingen samenhangt met het onderwerp soevereiniteit. Deze soevereiniteit zal altijd in verband worden gebracht met de vijf politieke wetten van 1985 en de dubbele functie van ABRI. Dit is waar KIPP zich aan vast zou moeten houden. KIPP zou niet alleen een concept uitsluitend voor het waarnemen tijdens de verkiezingen van kiezersregistratie tot stemmentellen moeten zijn. In plaats daarvan zou het moeten toezien in hoeverre soevereiniteit een onderdeel is van de verkiezingen om de legitimiteit van de verkiezingen te kunnen beoordelen. De belangrijkste en meest urgente stap die genomen moet worden is het creëren van een verenigd front dat is gebaseerd op een gemeenschappelijk platform om strategische doelen te bereiken die uiteindelijk zijn bedoeld om de soevereiniteit van het volk te bewerkstelligen. Deze strategische doelen houden het herroepen van de vijf politieke wetten en de dubbele functie van ABRI in. Dit front moet diep geworteld zijn in de massa's of het heeft geen bestaansrecht en geen kans om sterk uit te groeien. Hierom dient het type organisatie binnen het front op het niveau van politieke partijen of massaorganisaties liggen. Een front in de strijd dat serieus en oprecht is moet programma's, tactieken, strategieën en slogans ontwikkelen die hun oorsprong in de massa's vinden. Een front is een orgaan dat de massa's mobiliseert niet een campagnevehikel voor politieke onderwerpen. Vroeger hebben wij ons de inhoud van een 'politiek front' niet gerealiseerd, konden we geen verschil maken tussen een 'actiecomité' en een 'politiek front'. In de toekomst dienen wij een democratisch politiek front op te bouwen en dit dient zo snel mogelijk te gebeuren. Het heeft geen zin het bestaan van een organisatie te handhaven als het de strategische onderwerpen onder 'Orde Baru' niet begrijpt en oplost. PRD vindt dat een door de massa's gesteund front dient te worden opgebouwd. Zo lang grote delen van deze massa's niet gemobiliseerd zijn in de democratische strijd zal dit front niet in staat zijn de militaristische en overheersende macht van 'Orde Baru' te confronteren. Met al de problemen van de Indonesische maatschappij die we hierboven besproken hebben zouden we toch ook in staat moeten zijn hoe een toekomstige democratische samenleving eruit zou kunnen zien te schetsen en te articuleren. PRD vindt dat het belangrijker is om met politieke oplossingen te komen om de weg te vereffenen naar economische oplossingen voor de problemen van een Indonesië dat op een uitverkoopmanier is uitgebuit onder het kapitalisme. PRD ziet dat het belangrijk is om in de toekomst een moderne beschaafde maatschappij op te bouwen die volkssoevereiniteit respecteert en democratische praktijken met hun eigen wetgevende, uitvoerende en juridische structuren institutionaliseert. De structuren van een oprechte democratie moeten ondergeschikt zijn aan de soevereiniteit van het volk. Het is om deze reden nodig dat een brede democratische coalitieregering voor de toekomst geformeerd wordt, om de aspiraties van het volk te kunnen kanaliseren. Dit kanaliseren van aspiraties dient in staat te zijn verschillende ideologieën en hun respectievelijke methodes te respecteren zonder militaire interventie. De ontwikkeling van een moderne beschaafde maatschappij in Indonesië, die gebaseerd is op volkssoevereiniteit hangt af van hoe we nu een democratische beweging opbouwen. Strategie en tactieken dienen nu geformuleerd te worden, met de concrete situatie van het volk voor ogen. Hierom gelooft PRD vol vertrouwen dat de organisatie van de massa's de enige manier is waarop volkssoevereiniteit kan worden bereikt. Het oprichten van PRD is een manifestatie van en een antwoord op het disfunctioneren van buitenparlementaire instituten. De oprichting is ook bedoeld om een helder doel voor de volksstrijd te formuleren, naar een vredelievende maatschappij met een volksdemocratisch meerpartijen-stelsel.
Jakarta, 22 juli 1996
| Back to PRD |